Steeds meer Nederlanders leggen weer contant geld in huis. Pinstoringen, cyberdreigingen en twijfel over volledig digitaal betalen zorgen ervoor dat mensen liever een buffer achter de hand hebben. Maar hoe zit het eigenlijk met de regels, de Belastingdienst en de risico’s? Dit is wat je richting 2026 moet weten.
Mag je onbeperkt cash thuis hebben?
Ja. In Nederland is er geen wettelijk maximum: je mag zoveel contant geld thuis bewaren als je wilt. Wel telt contant geld mee als vermogen voor de belasting.
Belasting: contant geld valt onder box 3
Cash in huis is onderdeel van je vermogen in box 3. Er is alleen een kleine vrijstelling speciaal voor contant geld:
Alles daarboven moet je opnemen in je aangifte. Of je daadwerkelijk belasting betaalt, hangt af van je totale vermogen en de algemene vrijstelling (in jouw tekst: €59.357 per persoon). Boven de grens werkt de fiscus met een fictief rendement, waarover je vervolgens belasting betaalt.
Grote bedragen opnemen: banklimieten en controles
Wie veel contant geld wil opnemen, krijgt vaak te maken met opnamelimieten. Die verschillen per bank en kunnen soms tijdelijk worden verhoogd als je dat aanvraagt of meldt. Banken doen dit onder meer om diefstal te beperken en om te voldoen aan regels tegen witwassen en terrorismefinanciering.
Neem je vaak of grote bedragen op of stort je juist veel contant, dan kan de bank vragen stellen. Kun je het verklaren (bijvoorbeeld met een duidelijke reden of bewijs), dan is er meestal niets aan de hand—maar houd rekening met extra controle.
Risico’s van cash in huis
Contant geld is kwetsbaar. Bij inbraak, brand of waterschade ben je het zomaar kwijt. Inboedelverzekeringen vergoeden contant geld vaak maar beperkt (regelmatig een paar honderd tot maximaal rond de duizend euro, afhankelijk van de polis). Een kluis kan helpen, maar verandert niets aan de belastingregels en niet elke verzekering dekt grote bedragen, zelfs niet in een kluis.
Waarom toch handig?
Digitale betalingen zijn niet feilloos: bij storing, hack of netwerkproblemen kun je niet pinnen. Een kleine cashbuffer is dan praktisch voor boodschappen, benzine of nooduitgaven.
Het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB) adviseert al langer een noodvoorraad contant geld. Als richtlijn wordt vaak genoemd: ongeveer €70 per volwassene en €30 per kind, bedoeld voor de eerste 72 uur in een crisis. Voor 2026 blijft dat voor veel huishoudens een bruikbaar uitgangspunt.
Handige tips
-
Bewaar geen groot fortuin thuis: meer cash betekent vooral meer risico.
-
Houd het bij een bedrag voor enkele dagen basisuitgaven.
-
Berg het slim op: niet op logische plekken en niet bij paspoort/waardepapieren.
-
Noteer bij grotere opnames kort wanneer en waarom (handig bij vragen).
-
Boven de vrijstelling: gewoon opgeven in box 3.
Kortom: cash thuis mag, maar wees verstandig. Een klein, veilig opgeborgen buffertje geeft rust—zonder onnodige risico’s.